Navigatie Inhoud Activiteiten in Oostenrijk

Alpiene tradities

Wie denkt dat de Oostenrijkse bergen een gesloten wereld vormen, vergist zich. De bewoners hebben het contact en de uitwisseling met andere gebieden en culturen altijd gekoesterd. Oorspronkelijk waren veel Alpenbewoners boeren of 'Säumer' (lastdierdrijver). Deze 'Säumer' waren de eerste 'expediteurs' van de Alpen. Eeuwenlang transporteerden ze met behulp van paarden – vaak werden Haflingers als lastdier gebruikt – zout, wijn en brandewijn, maar ook goud en zilver over de moeilijk te bedwingen Alpenpassen.

Großglockner Hochalpenstraße, blik vanaf de Edelweißspitze   © Großglockner Hochalpenstraße
Großglockner Hochalpenstraße, blik vanaf de Edelweißspitze © Großglockner Hochalpenstraße
Berliner Hütte in de Zillertaler Alpen, Tirol © Österreich Werbung/Peter Burgstaller
Berliner Hütte in de Zillertaler Alpen, Tirol © Österreich Werbung/Peter Burgstaller
Krimmler watervallen in het SalzburgerLand © OeAV Sektion Warnsdorf/Krimml
Krimmler watervallen in het SalzburgerLand © OeAV Sektion Warnsdorf/Krimml
De eerste bewoners van de hooggebergten in het westen van Oostenrijk gaven reeds de voorkeur aan de hoger gelegen, moeilijk toegankelijke hoogvlakten. Deze vonden ze aantrekkelijker dan de vaak door modder en puin ontoegankelijke dalen, waar nog geen wegen doorheen liepen. De schijnbaar onoverkomelijke grenzen van de bergen werden daarom al vroeg in de geschiedenis overschreden en er werd handel gedreven tot aan de Middellandse Zee. Het beste bewijs hiervoor werd geleverd door de in 1991 ontdekte ijsman, 'Ötzi', die op 3.200 meter hoogte bij de gletsjer in de Ötztaler Alpen gevonden werd en 5300 jaar geleden handel dreef met het gebied rond het Gardameer.
 

Tradities van de alpine levenscultuur

'Ötzi' bewoog zich tussen zeer diverse dalen en vegetatiegordels en tot op heden zijn er nog zeer diverse tradities van de alpine leefcultuur bewaard gebleven. Ze hangen nauw samen met de veehouderij, die van begin af aan het economische middelpunt van het leven van de bergbewoners vormde. Zo is het bergop en bergaf drijven van het vee een van de levendigste tradities die in de alpine regio's van Oostenrijk behouden gebleven zijn. In het voorjaar, rond Pinksteren, wordt het vee door de herders naar de bergweiden gebracht en meestal rond half september gaat het weer terug naar het dal. Vooral het naar beneden brengen van het vee, de 'Almabtrieb', gaat met feestelijkheden gepaard. Als de zomer zonder grote ongelukken verlopen is, wordt de kudde voor de afdaling extra mooi opgedoft, en de koeien krijgen een tooi van Alpenrozen of dennentakken, zilverdistels en zijdebloemen op hun kop.

Op het spoor van de 'Säumer'

Oorspronkelijk waren veel Alpenbewoners boer of 'Säumer' (lastdierdrijver). Deze 'Säumer' waren de eerste 'expediteurs' van de Alpen. Eeuwenlang transporteerden ze met behulp van paarden – vaak werden haflingers als lastdier gebruikt – zout, wijn en brandewijn, maar ook goud en zilver over de moeilijk te bedwingen Alpenpassen. Op de 'Saumpfaden', de bergpaden in het gebergte, kan je deze oeroude traditie uit de Alpenregio tegenwoordig al wandelend opnieuw ervaren: in de Hohe Tauern bijvoorbeeld, die de kortste, maar tegelijkertijd de lastigste verbinding in het zuiden van Oostenrijk vormen. Een van de spectaculairste oude bergpaden ligt in de Salzburger Pinzgau en loopt langs de Krimmler watervallen, de hoogste watervallen van Europa. Als je dit gebied vol bruisend, zich naar beneden stortend gletsjerwater achter je gelaten hebt, bereik je via een schitterend hoogdal met uitgestrekte Alpenweiden het ´Krimmler Tauernhaus´, een hotel dat al meer dan 600 jaar oud is en dat vroeger een belangrijke basis voor de 'Säumer' was. De in originele staat bewaarde gelagkamer is nu een monument.

Een andere schuilhut, de Berliner Hütte in de Zillertaler Alpen, valt ook onder monumentenzorg – en tot nu toe als eerste in Tirol: de hut werd in 1879 geopend en viel onmiddellijk onder het patronaat van de Alpenvereniging Berlijn. Het interieur is een pronkstuk van ambachtelijke kunst uit het Zillertal. Rond de eeuwwisseling werd de hut, die aan een oud bergpad ligt, niet alleen een steunpunt voor alpinisten, maar ook voor een heel nieuwe generatie ondernemers. De hut herbergde een postkantoor, een schoenmakerij en een donkere kamer voor fotografen. Tegenwoordig is de Berliner Hütte voor wandelaars vanuit Jenbach in drie uur te bereiken en vormt hij op 2044 meter hoogte een ideale basis voor tochten en om te genieten van het uitzicht op de indrukwekkende drieduizenders.

De vermoedelijk oudste 'Säumerweg' van de Alpen is tegenwoordig ook gemakkelijk per auto te bedwingen: de Großglockner-Hochalpenstraße. Toen deze indrukwekkende pas in de vroege jaren '30 van de vorige eeuw werd aangelegd, deed de architect Franz Wallack een merkwaardige ontdekking. Hij constateerde dat er al een weg was. Het bewijs bevond zich op het hoogste punt van de pas, de Hochtor, op 2.504 meter hoogte. Daar werd een bronzen beeldje gevonden met een overtrek van leeuwenvel. Tijdens de aanleg van de weg had men de oeroude handelsroute van de Kelten over de Tauern ontdekt, de kortste verbinding tussen Salzburg, het Keltisch-Romeinse Juvavum en Aquileia aan de Adriatische kust. Tegenwoordig is het tussen mei en oktober mogelijk om de Tauernkam langs de hoogste berg van Oostenrijk met de auto, op de motor of – voor de echte sportievelingen – per fiets over te steken. Maar als je op de Hochtor halt houdt, moet je wel bedenken dat hier al 3000 jaar geleden ijzer, zout, tin, hout, vlas, wol en schoenen naar het gebied rond de Middellandse Zee gebracht werden.