Franz Liszt is een van de meest kleurrijke persoonlijkheden tussen de klassieke componisten. Hij was excentriek en een vrouwenidool, een virtuoos pianist die concertzalen vulde, intellectueel, een kosmopoliet en een frequente reiziger, maar vooral iemand die onophoudelijk componeerde.
Geboortehuis van Franz Liszt in Raiding
Zijn muzikale oeuvre omvat 123 pianowerken, 77 liederen, 25 orkestwerken, 65 geestelijke- en 28 niet-kerkelijke koorwerken alsook talrijke arrangementen, orgel- en andere werken. Liszt is baanbreker van de
symfonische gedichten waarbij de muziek een vertelvorm is en scenische momenten beschrijft.
Franz Liszt werd geboren op 22 oktober 1811 in
Raiding (Burgenland) dat destijds in het Hongaarse deel van het Keizerrijk Oostenrijk lag. Al vroeg bracht zijn vader, een ambitieuze en strenge muziekleraar, hem het pianospelen bij. Na een verblijf in Wenen, waar hij onder andere van
Antonio Salieri les kreeg, verhuisde het gezin naar Parijs. Het 12-jarige wonderkind wordt vanwege zijn nationaliteit echter niet tot het conservatorium in Parijs toegelaten en daarom intensiveert zijn vader de oefeningsuren.
Zijn verblijf in Parijs
Liszt, die interesse heeft voor de geestelijke stromingen van zijn tijd, knoopt in Parijs met veel kunstenaars betrekkingen aan. De kennismaking met grootheden uit de muziek zoals Frédéric Chopin, Hector Berlioz en Felix Mendelssohn Bartholdy maken hem bewust van zijn eigen muzikale mogelijkheden en sporen hem nog meer aan. In een brief aan zijn leerling en vriend Pierre Wolff van mei 1832 schrijft hij: Sinds 14 dagen werken mijn geest en mijn vingers als twee verdoemden [sic] – Homerus, de Bijbel, Plato, Locke, Byron, Hugo […], Beethoven, Bach, Hummel, Mozart, Weber bevinden zich allemaal om mij heen. Ik bestudeer ze, beschouw ze, verslind ze met zeer grote ijver, en bovendien oefen ik 4 tot 5 uur […]. Ach! Als ik niet gek word, dan zal je een kunstenaar terugvinden!
Reizen door Europa
De volgende jaren worden gekenmerkt door vele reizen door heel Europa, en talrijke composities en optredens. Hij trouwt met de zes jaar oudere Marie d’Agoult en ze krijgen drie kinderen. Na verblijven in Zwitserland en Italië volgen talrijke plaatsen in heel Europa. Artistiek wordt Liszt in deze periode geconfronteerd met kritische geluiden over zijn werk maar ook met buitengewoon grote successen. In 1841/42 wordt hij als pianist in Berlijn zo vereerd en vooral door de dames bejubeld, dat Heinrich Heine voor het eerst het begrip ‘lisztomanie’ gebruikt.Eind 1843 gaan Liszt en Marie d’Agoult uit elkaar nadat Marie genoeg had van de zich steeds weer herhalende slippertjes van Liszt. Franz Liszt wint een hevige strijd rond de toewijzing van de kinderen, maar laat deze toch achter bij zijn moeder in Parijs.
Tijd in Weimar
Van 1843 tot 1861 is Franz Liszt
kapelmeester in Weimar en raakt in deze periode bevriend met
Richard Wagner, die later, tegen de wil van Liszt in, met zijn dochter Cosima zou trouwen. Ook krijgt hij in deze periode een relatie met de temperamentvolle vorstin
Carolyne zu Sayn-Wittgenstein. In haar vindt Liszt zowel een gelijkwaardige discussiepartner als een promotor van zijn kunsten. De jaren in Weimar vormen artistiek gezien de meest productieve periode uit het leven van Liszt. Er ontstaan veel van zijn pianowerken, twaalf symfonische gedichten, niet-kerkelijke werken (ettelijke liederen, melodrama’s, mannenkoren) en geestelijke muziek. Zijn aanzien als componist blijft echter gering. Met zijn werk als dirigent gaat het op soortgelijke wijze – deels goed ontvangen, deels een hevig afwijzende houding. Zo’n 36 keer dirigeert hij opera’s van Richard Wagner, en werken van Berlioz, Mendelssohn en Schumann.
Verhuizing naar Rome
Na bijna 20 jaar in Weimar verhuist Franz Liszt naar Rome; eigenlijk om daar met zijn levensgezel Carolyne zu Sayn-Wittgenstein te trouwen. Maar slechts één dag voor de bruiloft ziet Carolyne onder druk van haar familie af van het huwelijk. Deze afwijzing heeft dan ook invloed op de relatie tussen beiden en leidt ten slotte tot een scheiding.
Liszt wijdt zich vervolgens nog meer aan
religieuze composities en kerkmuzikale werken. Paus Pius IX verleent hem ten slotte de lagere wijdingen en het ambt van abt, waarmee de jeugdwens van Liszt om tot het priesterambt toe te treden, toch nog in vervulling gaat. Tijdens deze late levensjaren krijgt ook zijn compositorische oeuvre, vooral zijn orkestwerken en geestelijke werken, eindelijk erkenning. In 1886 reist hij al erg ziek naar Weimar, om de Bayreuther Festspiele onder leiding van zijn dochter Cosima te bezoeken. Enkele dagen na aankomst sterft hij op 31 juli en wordt hij op het stadskerkhof van Bayreuth begraven.