In het Karintische deel van het Nationale Park Hohe Tauern storten aan de voet van de Großglockner enkele imposante watervallen in de diepte van het dal.
Onder de noemer “
Het Wilde Water“ stelt het
Nationale Park Hohe Tauern in Karinthië negen nieuwe paden voor, waarbij je onstuimige beken ontdekt die door adembenemende ravijnen stromen. De bruggen, houten opstapjes en uitzichtsplatformen zorgen voor de nodige vergezichten en indrukken. Hieronder alvast een selectie:
De “
Water-Wonder-Weg Jungfernsprung”: Een jonge vrouw is op de vlucht voor de duivel en komt plots voor een kaarsrechte rotswand te staan – ze springt in het diepe onbekende en overleeft de sprong. Zo gaat het verhaal volgens de legende. Vandaag de dag valt op deze plaats de Zopenitzbeek in drie watervallen 130 meter naar beneden, het Mölltal in. Langs het speciale wandelpad kun je niet alleen genieten van de natuur, maar ook zelf kennismaken met de legende: in het water zou men af en toe het gezicht van de jonkvrouw kunnen zien.
Wandelen door het ravijn in de
Rabisch- en Groppensteinkloof, die de Nationale Park gemeentes
Mallnitz en
Obervellach met elkaar verbinden. De Rabischkloof biedt een romantisch decor – terwijl de weg naar de Groppensteinkloof de wandelaar bekoort met watervallen en steile rotswanden. Dit ravijnpad is het langste van Karinthië (de etappe die bergafwaarts gaat, duurt zo’n 3 uur).
De
Fallbach-waterval: In het “dal van het stortende water“, zoals het Maltatal ook wel eens genoemd wordt, stort de Perschitzbach via een kaarsrechte granietwand de diepte in. Met een hoogte van
200 meter vestigt deze waterval een Oostenrijks record en behoort hij tot de 50 langste watervallen ter wereld.
Een beschrijving van alle negen “Wilde water“ wandelingen vind je in de brochure die je kan downloaden op www.nationalpark-hohetauern.at