Navigatie Inhoud Activiteiten in Oostenrijk

Gustav Klimt – De kus

In 1907 begint Gustav Klimt te werken aan 'De Kus', het belangrijkste werk in zijn oeuvre en bovendien het hoogtepunt van de Europese jugendstil.

De kus van Klimt © Osterreich Werbung, Bartl
Ook in 1907 werkt Gustav Klimt, zoals hij dat gewend is, van de vroege ochtend tot de late avond zonder pauze door in zijn atelier. Al snel is de vloer bedekt met ontelbare schetsen. Maar Klimt klaagt herhaaldelijk over de moeite die het werken hem kost. In een brief schrijft hij: "Ik ben te oud, te nerveus of te stom - zoiets moet het wel zijn." Toch wordt dit één van de productiefste jaren van zijn leven. Klimt voltooit onder andere het portret van Adele Bloch-Bauer I en de Hoop II, maar vooral begint hij te werken aan het schilderij 'De Kus', dat één van de beroemdste kunstwerken in de geschiedenis zal worden.

Het thema van het liefdespaar, dat verbonden is door de kus, heeft Klimt zijn leven lang beziggehouden. Variaties op dit thema zijn al in zijn vroege werk te vinden en begeleiden hem tot aan het einde van zijn leven. Met de in 1902 gemaakte Beethovenfries, het toepassen van ornamenten en het gebruik van goud is een belangrijk artistiek voorstadium bereikt.

De doorbraak naar de 'gouden periode' in zijn werk, die zijn hoogtepunt bereikt met 'De Kus', wordt veroorzaakt door een bezoek aan Ravenna tijdens een reis naar Italië in 1903, waar hij kennismaakt met de wereld van het Byzantijnse mozaïek. Maar ook invloeden van moderne schilders vormen Klimt: de abstraherende, decoratieve stijl van de Nederlandse symbolist Jan Theodor dient hier vermeld te worden, net als de Belgische symbolist Fernand Khnopff, over wie Karl Kraus spottend zei dat hij zoveel invloed op Klimt had dat die door deze ontmoeting "een Khnopff heeft omgezet".

Er is vaak geprobeerd de vrouw te identificeren die in 'De Kus' is afgebeeld. Vaak viel daarbij de naam van Klimts levensvriendin Emilie Flöge, maar ook die van Adele Bloch-Bauer. De regelmatige gelaatstrekken vertonen gelijkenis met veel van de door Klimt geschilderde vrouwen, maar zijn uiteindelijk niet aan één persoon toe te schrijven.

Op het schilderij staat een paar dat elkaar omhelst op een bloemenweide. Terwijl de man zich over de vrouw buigt wacht zij, dicht tegen hem aan gevlijd, op zijn kus. In het ornament heeft de man rechthoekige en vierkante vormen gekregen, terwijl voor de vrouw zachte lijnen en bloemenpatronen de boventoon voeren. Een gouden aureool omsluit het paar, maar stopt bij hun blote voeten, waarvan de tenen zich sterk gekromd vastgrijpen aan de bloemenweide. Tegelijkertijd lukt het het paar echter om het laatste beetje zwaartekracht af te werpen en wordt het weggevoerd naar een werkelijk aan de gouden achtergrond van Byzantijnse mozaïeken herinnerende, ruimteloze en heilig aandoende atmosfeer.

Als Klimt het schilderij in 1908 op een tentoonstelling voor het eerst aan het publiek toont, wordt het al tijdens de expositie door de Österreichische Galerie aangekocht. Het schilderij vormt nu het belangrijkste stuk van de wereldwijd grootste collectie van het werk van Gustav Klimt, in de Österreichische Galerie in het Belvedere in Wenen.
www.belvedere.at